Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 173,00
Rechtbank Den Haag
Eisers sloten in 2014 een hypothecaire lening af bij ING met een beding dat een vergoeding bij vervroegde aflossing mogelijk maakt, berekend via de netto contante waarde-methode. In 2017 loste eiser de lening vervroegd af en betaalde een beëindigingsvergoeding. Eisers betoogden dat het beding onredelijk bezwarend en oneerlijk was, onder meer op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen en het Burgerlijk Wetboek.
De rechtbank onderzocht of het beding transparant was geformuleerd en oordeelde dat de uitleg en het rekenvoorbeeld in de brochure voldoende duidelijk waren voor een gemiddelde consument. Vervolgens werd beoordeeld of het beding het evenwicht tussen partijen aanzienlijk verstoorde; dit werd ontkennend beantwoord, mede omdat het beding gebruikelijk is in de markt en eisers financieel voordeel behaalde.
Eisers stelden dat ING een dubbele vergoeding rekent, maar ING toonde aan dat de vergoeding alleen het werkelijke nadeel dekt. De rechtbank oordeelde dat de Hypothekenrichtlijn niet van toepassing is op deze lening uit 2014 en dat het beroep op artikel 81c Bgfo niet rechtstreeks kan worden gedaan. De vorderingen van eisers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten.