ECLI:NL:RBDHA:2024:3919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring wegens uitzetting naar Algerije ongegrond verklaard
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 januari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 15 maart 2024 behandeld via telehoren. Eiser verscheen vanuit het detentiecentrum en werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk. De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel vanaf 16 februari 2024, het moment van sluiting van het eerdere onderzoek.
Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting omdat de laissez-passer (lp) geweigerd zou zijn en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk voortvarend handelt, onder meer door rappelleren op lp-aanvragen en het voorbereiden van vertrekgesprekken. Tevens is er een nationaal paspoort van eiser aanwezig, wat zicht op uitzetting naar Algerije aannemelijk maakt.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, wat een rechtsplicht is. De rechtbank volgde eiser niet in zijn stellingen over lp-aanvragen bij Marokkaanse autoriteiten en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.