ECLI:NL:RBDHA:2024:4137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens ontbreken procesbelang
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 30 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde deze aanvraag buiten behandeling en legde een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar op. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij de behandeling van zijn beroep. Uit een melding van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) bleek dat eiser op 15 november 2023 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser kon geen contact met hem onderhouden en wist niet waar hij verbleef.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van contact en verblijfplaats betekent dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij zoekt. De rechtbank verwierp het standpunt van de gemachtigde dat er nog procesbelang bestond voor het terugkeerbesluit en het inreisverbod, verwijzend naar vaste rechtspraak en de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank concludeerde dat het ontbreken van procesbelang bij de asielaanvraag zich uitstrekt tot het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Daarom verklaarde zij het beroep niet-ontvankelijk en behandelde het beroep niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.