ECLI:NL:RBDHA:2024:4224
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsbeperkende maatregel die door de staatssecretaris was opgelegd en vervolgens beëindigd voordat het beroep werd ingediend. De rechtbank beoordeelt het verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking van het beroep. Volgens vaste rechtspraak is alleen sprake van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb indien het bestuursorgaan een standpunt binnen het geding herziet en het gewenste besluit neemt dat een erkenning van onrechtmatigheid inhoudt.
In deze zaak was de maatregel al beëindigd voordat het beroep werd ingesteld, waardoor geen tegemoetkoming in de zin van de wet is gegeven. De beëindiging was niet het gevolg van een herziening binnen het geding, maar vond plaats op grond van andere omstandigheden. Daarom is het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de maatregel al was beëindigd voordat het beroep werd ingesteld.