ECLI:NL:RBDHA:2024:4253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging nadere beslistermijn
Eiseres diende op 27 augustus 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris achtte aanvankelijk een andere lidstaat verantwoordelijk op grond van de Dublinverordening, waardoor de beslistermijn pas vanaf 5 april 2022 aanving. Door toepassing van het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2022/22 werd de beslistermijn met negen maanden verlengd, maar de maximale termijn van 21 maanden werd niet overschreden.
De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn inmiddels is verstreken en dat eiseres de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep wegens niet tijdig beslissen is daarom gegrond verklaard. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen zestien weken alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dit op grond van de Awb niet nodig is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris krijgt een nadere beslistermijn van zestien weken met een dwangsom opgelegd.