Eiser heeft beroep ingesteld omdat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 13 april 2022. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet binnen zes maanden worden beslist, met een mogelijke verlenging van negen maanden. De staatssecretaris verlengde de termijn tot 12 juli 2023, maar daarna bleef een besluit uit.
Eiser stelde de staatssecretaris op 16 augustus 2023 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank wijkt af van het gebruikelijke 8+8-wekenmodel en stelt een termijn van acht weken na bekendmaking van deze uitspraak voor het nemen van een besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, om naleving van de termijn af te dwingen. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar bekendgemaakt.