ECLI:NL:RBDHA:2024:4921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Venezolaanse Syriërs wegens ontbreken vluchtelingenschap en subsidiaire bescherming
De rechtbank beoordeelt de beroepen van drie eisers met de dubbele Syrische en Venezolaanse nationaliteit tegen de afwijzing van hun asielaanvragen. Eisers stelden dat zij vanwege hun Arabische achtergrond en persoonlijke ervaringen met geweld en bedreigingen in Venezuela bescherming behoefden.
De rechtbank overweegt dat de individuele incidenten, zoals inbraken, ontvoering en bedreigingen, niet specifiek gericht waren op eisers en dat het tijdsverloop tussen de gebeurtenissen groot is. Verweerder heeft de geloofwaardigheid van de feiten erkend, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vluchtelingenschap of een reëel risico op ernstige schade volgens artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
De rechtbank sluit zich aan bij het arrest van het Europese Hof van Justitie van 9 november 2023 (zaak C-125/22) en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarin is vastgesteld dat de algemene veiligheidssituatie in Venezuela niet zodanig ernstig is dat alleen aanwezigheid leidt tot een reëel risico op ernstige schade. Ook de individuele omstandigheden van eisers rechtvaardigen geen subsidiaire bescherming.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de asielaanvragen afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard omdat geen vluchtelingenschap of reëel risico op ernstige schade is vastgesteld.