ECLI:NL:RBDHA:2024:4980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. Maas
- T. Blauw
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastingrente bij betaling inkomstenbelasting vóór aanslagoplegging
Eiser heeft in september 2022 aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) gedaan voor 2021 en betaalde de verschuldigde belasting op 31 december 2022, vóór oplegging van de definitieve aanslag op 14 februari 2023. De Belastingdienst bracht belastingrente in rekening over de periode van 1 juli 2022 tot 23 januari 2023.
De rechtbank oordeelt dat de belastingrente over een te lange periode is berekend, omdat de betaling vóór oplegging van de aanslag de renteperiode beëindigt. Dit volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 18 november 2022, dat stelt dat bij betaling van de hoofdsom geen sprake is van betalingsverzuim en dus geen renteschade ontstaat. De nieuwe regeling in artikel 30ia AWR is niet van toepassing omdat de betaling niet als geheven belasting kan worden aangemerkt.
De rechtbank vermindert daarom de belastingrente bij de IB/PVV-aanslag tot € 689. Het beroep tegen de belastingrente bij de Zvw-aanslag wordt ongegrond verklaard, omdat betaling na oplegging van die aanslag geen vermindering van rente rechtvaardigt. De rechtbank draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De belastingrente bij de IB/PVV-aanslag wordt verminderd vanwege betaling vóór aanslagoplegging; het beroep tegen de belastingrente bij de Zvw-aanslag wordt ongegrond verklaard.