Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Palestijnse nationaliteit, vroeg op 10 oktober 2023 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielprocedure, aangezien eiser daar op 13 september 2023 een verzoek tot internationale bescherming had ingediend. Eiser stelde dat Kroatië het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet verdient vanwege pushbacks, mishandeling en discriminatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, zoals bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Ook de aangevoerde jurisprudentie en individuele omstandigheden rechtvaardigen geen andere beoordeling.
De rechtbank concludeert dat de overdracht van eiser aan Kroatië niet van onevenredige hardheid getuigt en dat verweerder de asielaanvraag niet onverplicht aan zich had hoeven trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.