Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft het beroep behandeld en het onderzoek gesloten. Vervolgens heeft de rechtbank prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van het Verlengingsbesluit en de toepasselijkheid van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming op een groep derdelanders.
Gezien het belang van de beantwoording van deze vragen voor de beslechting van het geschil, heeft de rechtbank besloten het onderzoek te heropenen en de behandeling van het beroep aan te houden totdat het Hof van Justitie een arrest heeft gewezen. Tevens worden verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, aangehouden tot de einduitspraak.
De procedure betreft een bestuursrechtelijke zaak waarin het terugkeerbesluit van 7 maart 2024 centraal staat. De rechtbank volgt hiermee de procedurele vereisten van de Algemene wet bestuursrecht en de prejudiciële procedure bij het Hof van Justitie. Tegen deze beslissing staat geen zelfstandig hoger beroep open.