Uitspraak
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
mr.Y. Al-Qaq, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om herziening van een uitspraak van 17 mei 2023 inzake een bestuursrechtelijke zaak over schuldhulpverlening. Verzoeker stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij zijn aanvraag voor schuldhulpverlening niet met objectief bewijs had onderbouwd. Hij voerde aan dat hij de betreffende brief al had overgelegd bij zijn beroepschrift.
De rechtbank overwoog dat de aanvraag van 13 januari 2020 weliswaar van vóór de uitspraak dateert, maar dat verzoeker deze aanvraag destijds al kende en had ingediend. Hierdoor voldeed het verzoek niet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro, die vereisen dat feiten of omstandigheden bij de indiener vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn.
Verder benadrukte de rechtbank dat een vermeende onjuiste rechtsopvatting of rechterlijke misslag geen grond voor herziening vormt. Verzoeker had bovendien al verzet aangetekend tegen eerdere uitspraken. Gezien deze overwegingen wees de rechtbank het verzoek om herziening af.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. van der Ven en griffier Y. Al-Qaq op 17 januari 2024. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om herziening af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen.