ECLI:NL:CRVB:2018:3555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van WAO-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster had een WAO-uitkering die in 2008 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na diverse procedures werd bij uitspraak van 19 oktober 2016 het bezwaar van verzoekster deels gehonoreerd, maar de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit bleven in stand. Verzoekster vroeg herziening van deze uitspraak, stellende dat de Raad niet over voldoende medische deskundigheid beschikte en dat de procedure in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
De Raad overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die nieuw zijn, voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De aangevoerde argumenten betroffen een vermeende onjuiste rechtsopvatting en reeds bekende medische rapporten, die geen nieuwe feiten vormen.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Dijt, in aanwezigheid van griffier S.L. Alves, op 8 november 2018.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 19 oktober 2016 wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.