Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Ter bepaling van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde toestand voerde ondergetekende een naar waarheid en gedegen onderzoek, gebaseerd op Nederlandse referentievoertuigen uit. De kenmerken van deze motorrijtuigen corresponderen zoveel mogelijk met die van het onderstaande motorrijtuig. Voorts wordt verwezen naar de bijgevoegde koerslijst.” De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat is volgens het rapport “
gebaseerd op de voernoemde referentievoertuigen onder aftrek van een gangbare marge bij importvoertuigen” en komt uit op € 111.949, waarna de handelsinkoopwaarde van de auto is “
gebaseerd op de voornoemde referentievoertuigen onder aftrek van een gangbare marge bij importvoertuigen en een redelijk deel van de reparatiekosten”, en uitkomt op € 91.050.
4.6 Het hof stelt voorop dat de verschuldigde Bpm met betrekking tot gebruikte personenauto’s wordt berekend met inachtneming van een vermindering. Deze vermindering is de afschrijving, uitgedrukt in procenten van de som van de catalogusprijs en de Bpm op het tijdstip waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen. De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de toepasselijkheid en de omvang van die vermindering rusten op de belastingplichtige. De vermindering heeft tot doel om bij de heffing van de Bpm ter zake van gebruikte personenauto’s rekening te houden met een (bij benadering) reële waardedaling van het desbetreffende voertuig.
3.2.3 ….