Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 9 april 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
4.6 Het hof stelt voorop dat de verschuldigde Bpm met
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen na registratie van een gebruikte Audi A6 Avant. De discussie betrof de juiste bepaling van de handelsinkoopwaarde en de omvang van de schade die in mindering mocht worden gebracht. Het taxatierapport van belanghebbende werd door DRZ en de Inspecteur betwist vanwege onjuiste koerslijst en overschatting van de schade.
De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, maar het Hof oordeelde dat het taxatierapport onvoldoende onderbouwing bood en dat de afschrijving volgens de forfaitaire tabel of de door DRZ vastgestelde waardes moest worden toegepast. Het verschil in CO2-uitstoot tussen de auto en referentievoertuig werd als niet relevant beoordeeld.
Het Hof accepteerde de koerslijst van DRZ als basis voor de handelsinkoopwaarde en wees het beroep van belanghebbende toe door de naheffingsaanslag te verminderen tot €5.600. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt de bewijslastverdeling en de noodzaak van een gedegen taxatierapport voor het vaststellen van de waardevermindering.
Uitkomst: Het gerechtshof vermindert de naheffingsaanslag bpm tot €5.600 en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten en griffierecht.