Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur voor een gebruikte Volvo XC60. De kern van het geschil betreft de toepassing van interne compensatie, de waardevermindering wegens schade en de vaststelling van de historische nieuwprijs.
Het hof oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel door belanghebbende faalt, waardoor de inspecteur terecht een beroep doet op interne compensatie. De krassen op de voorbumper worden als meer dan normale gebruikssporen aangemerkt, maar de door belanghebbende opgevoerde schade is hoger dan het door het hof vastgestelde bedrag. Hierdoor is er eerder te weinig dan te veel BPM nageheven.
Ten aanzien van de historische nieuwprijs volgt het hof de koerslijst van Xray en wijst het beroep van belanghebbende af om deze te wijzigen op basis van een hogere CO2-uitstoot. De catalogusprijs en handelsinkoopwaarde moeten betrekking hebben op dezelfde referentieauto. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.