ECLI:NL:RBDHA:2024:562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
TOZO-uitkering terecht gedeeltelijk toegerekend aan ondernemer en echtgenote voor inkomstenbelasting
Eiser, een zelfstandige ondernemer, en zijn echtgenote hebben gezamenlijk een TOZO-uitkering aangevraagd voor de periode mei tot en met juli 2020. De Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek kende de uitkering toe aan beiden, en de Belastingdienst rekende de uitkering dienovereenkomstig gedeeltelijk toe aan eiser en gedeeltelijk aan zijn echtgenote.
Eiser betwistte deze verdeling en stelde dat de uitkering volledig aan hem moest worden toegerekend, waarbij hij tevens het gelijkheidsbeginsel aanvoerde en een vermeende vooringenomenheid van een medewerker van de Belastingdienst. De rechtbank overwoog dat op grond van de Participatiewet en de TOZO-regeling het recht op bijstand gezamenlijk toekomt aan echtgenoten, tenzij een van hen geen recht heeft. Dit was hier niet het geval.
De rechtbank concludeerde dat de verdeling van de TOZO-uitkering conform het toekenningsbesluit correct is en dat de Belastingdienst de uitkering terecht gedeeltelijk bij eiser heeft betrokken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de Belastingdienst de verdeling van de gemeente volgt en geen ongelijke behandeling van gelijke gevallen vaststond.
Ook was er geen sprake van vooringenomenheid van de medewerker van de Belastingdienst, en er was geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of schadevergoeding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de gedeeltelijke toerekening van de TOZO-uitkering aan eiser en zijn echtgenote.