ECLI:NL:RBDHA:2024:563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
TOZO-uitkering terecht gedeeltelijk toegerekend aan echtgenote voor inkomstenbelasting 2020
Eiseres en haar echtgenoot hebben gezamenlijk een TOZO-uitkering aangevraagd voor de periode mei tot en met juli 2020. De Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek kende de uitkering toe aan beiden, waarbij de uitkering werd verdeeld conform de norm voor een echtpaar. De Belastingdienst heeft de TOZO-uitkering voor de heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020 gedeeltelijk aan eiseres en gedeeltelijk aan haar echtgenoot toegerekend.
Eiseres stelde dat de uitkering geheel aan haar echtgenoot moest worden toegerekend en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden, omdat sommige gemeenten de uitkering volledig aan de ondernemer toekenden. Ook klaagde zij over vermeende vooringenomenheid van een medewerker van de Belastingdienst tijdens de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat de uitkering gezamenlijk was aangevraagd en dat op grond van de Participatiewet zowel eiseres als haar echtgenoot recht hadden op de uitkering. De toegewezen bedragen waren correct verwerkt in de belastingheffing.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de Belastingdienst de gemeentelijke verdeling volgt en geen ongelijke gevallen ongelijk behandelt. Ook was er geen bewijs voor vooringenomenheid van de medewerker. Verzoeken om proceskostenvergoeding en schadevergoeding werden afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de gedeeltelijke toerekening van de TOZO-uitkering aan eiseres voor de inkomstenbelasting 2020.