ECLI:NL:RBDHA:2024:5702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring wegens uitzetting naar Marokko ongegrond verklaard
Eiser is op 25 februari 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 12 april 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel vanaf 8 maart 2024, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek. Eiser voerde aan dat de staatssecretaris niet voldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko, mede omdat hij zou beschikken over een andere dan de Marokkaanse nationaliteit.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris sinds 8 maart 2024 een vertrekgesprek heeft gevoerd en een rappel heeft gedaan op de laissez-passer-aanvraag, wat voldoende voortvarend is. Verder is op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak vastgesteld dat er in het algemeen zicht is op uitzetting naar Marokko, en er geen aanwijzingen zijn dat dit voor eiser anders is. Ook de beperkte medewerking van eiser weegt mee.
De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht geen lichter middel dan bewaring heeft toegepast, mede gelet op de medische situatie van eiser en de mogelijkheid tot behandeling in het detentiecentrum. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.