ECLI:NL:RBDHA:2024:5745
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke waarschuwing op grond van beleidsregel artikel 13b Opiumwet niet gelijkgesteld met besluit
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het beroep van eiser tegen een bestuurlijke waarschuwing die de burgemeester van Delft aan hem heeft gegeven op grond van de Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Delft 2022. De waarschuwing volgde op een politieonderzoek waarbij in de woning van eiser 2,04 gram cocaïne, contant geld, mobiele telefoons en niet aan eiser toebehorende bankpassen en identiteitsbewijzen werden aangetroffen.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen de waarschuwing niet-ontvankelijk verklaard omdat de waarschuwing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Eiser betoogt dat de waarschuwing wel een rechtsgevolg heeft, omdat bij recidive zonder tweede waarschuwing een sluiting van de woning kan volgen. De rechtbank oordeelt echter dat de waarschuwing een informatieve maatregel is, gebaseerd op een beleidsregel, en geen absolute voorwaarde vormt voor het opleggen van een sanctie bij een volgende overtreding.
De rechtbank benadrukt dat verweerder bij toekomstige overtredingen opnieuw een belangenafweging moet maken en niet automatisch tot sluiting overgaat. De waarschuwing is daarmee geen besluit en niet appellabel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 19 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke waarschuwing wordt ongegrond verklaard omdat deze geen besluit is in de zin van de Awb.