ECLI:NL:RVS:2018:1449
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Waarschuwing op grond van de Arbeidsomstandighedenwet is een besluit; intrekkingsbesluit moet opnieuw worden genomen
In deze zaak heeft de minister een waarschuwing gegeven aan appellante op grond van artikel 28a van de Arbeidsomstandighedenwet wegens een overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Appellante verzocht om intrekking van deze waarschuwing, maar de minister weigerde dit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Gelderland oordeelde dat de waarschuwing geen besluit is en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de waarschuwing wel een besluit is omdat het een essentiële voorwaarde vormt voor het opleggen van een sanctie bij herhaling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de waarschuwing onderdeel is van een sanctieregime en daarom rechtsgevolg heeft. De beslissing op het verzoek tot intrekking van de waarschuwing is daarmee ook een besluit.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister en droeg de staatssecretaris op om binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling benadrukte dat het ontbreken van beleid over verzoeken tot intrekking niet mag leiden tot een vaste gedragslijn van afwijzing en dat appellante belang heeft bij een zorgvuldige beoordeling.
Uitkomst: De waarschuwing is een besluit en het besluit tot weigering intrekking wordt vernietigd; de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.