ECLI:NL:RVS:2025:1276
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.J. Borman
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke waarschuwing op grond van artikel 13b Opiumwet Delft 2022
De burgemeester van Delft gaf aan appellant een bestuurlijke waarschuwing vanwege de vondst van cocaïne, geld en andere goederen in een woning die appellant huurt, in het kader van een opsporingsonderzoek waarbij een familielid hoofdverdachte was. De waarschuwing werd gegeven op grond van de Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Delft 2022. Appellant maakte bezwaar tegen de waarschuwing, maar dit bezwaar werd door de burgemeester niet-ontvankelijk verklaard omdat de waarschuwing geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de waarschuwing wel als besluit moet worden aangemerkt omdat deze negatieve gevolgen kan hebben bij een volgende overtreding, waaronder mogelijke sluiting van de woning. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de waarschuwing een informele maatregel is die niet met een besluit gelijkgesteld hoeft te worden, tenzij de alternatieve rechtsbescherming onevenredig bezwarend is.
De Afdeling volgde de conclusie van de advocaat-generaal dat een waarschuwing met een geldigheidsduur van maximaal twee jaar in beginsel niet leidt tot bewijsnood of rechtsongelijkheid. De waarschuwing kan in een eventuele procedure tegen een volgend besluit worden betrokken en bestreden. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de bestuurlijke waarschuwing geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.