Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel en het verblijfsdoel familie en gezin. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en de rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, ondanks een ingebrekestelling door eiser. De rechtbank legt een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, waarvan reeds €1.442 is vastgesteld vanwege 42 dagen overschrijding. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €437,50.
De uitspraak verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin nareisaanvragen als bijzondere gevallen worden beschouwd die een aangepaste beslistermijn rechtvaardigen. De rechtbank benadrukt dat verweerder geen extra onderzoek hoeft te verrichten en dat de zaak beslisklaar is.
Tot slot wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.