Eisers, een vrouw van Armeense nationaliteit en haar minderjarige zoon, hebben een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing en stelt vast dat Armenië formeel als veilig land van herkomst geldt. Eisers betogen dat vanwege hun specifieke situatie, waaronder discriminatie vanwege etnische achtergrond en het belang van het kind, de afwijzing onterecht is.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat Armenië als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar zoon geen bescherming kunnen krijgen. Wel constateert de rechtbank een motiveringsgebrek omdat de belangen van het minderjarige kind niet adequaat zijn meegewogen in het bestreden besluit.
Gezien dit gebrek vernietigt de rechtbank het besluit, maar laat zij de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de staatssecretaris in het aanvullend verweerschrift en tijdens de zitting voldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep ongegrond is. Eisers krijgen een proceskostenvergoeding van €1.750,- toegewezen.