In deze bestuursrechtelijke zaak staat de toerekening van het eigenrisicodragerschap voor een WGA-uitkering centraal na de overdracht van duurzame energieonderzoeksactiviteiten van Stichting 1 aan eiseres. Verweerder stelde dat sprake was van een gehele overgang van onderneming, waardoor eiseres het risico voor 89,78% draagt. Eiseres betoogde dat het een gedeeltelijke overgang betrof, omdat Stichting 1 haar nucleaire activiteiten behield en dus nog economische activiteiten had.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich bij zijn besluit uitsluitend had gebaseerd op loonheffingsnummers van de Belastingdienst en financiële stukken, zonder een volledig onderzoek naar de feitelijke situatie van Stichting 1 na de overdracht. Volgens vaste rechtspraak is bij de beoordeling van gehele of gedeeltelijke overgang van onderneming het perspectief van de overdragende werkgever bepalend, met name of deze na overdracht nog economische activiteiten verricht.
Omdat verweerder dit niet had onderzocht en onvoldoende had gemotiveerd, was het besluit onzorgvuldig en niet deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen acht weken een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.