ECLI:NL:CRVB:2023:2005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekening WGA-uitkeringslasten bij gedeeltelijke overgang van onderneming volgens artikel 82 Wet WIA
Betrokkene heeft op 1 november 2019 de [A] diensten overgenomen van [Naam N.V.], waarbij vijftien werknemers zijn overgegaan. Het Uwv stelde vast welke WGA-uitkeringen onder het risico van betrokkene vallen en rekende 0,07% van de loonsom aan betrokkene toe. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een volledige overgang van onderneming, waardoor deze toerekening niet terecht was.
Het Uwv ging in hoger beroep en stelde dat het ging om een gedeeltelijke overgang van onderneming, omdat [Naam N.V.] na de overdracht nog economische activiteiten behield. De Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat artikel 82, vierde lid, van de Wet WIA van toepassing is, waardoor de toerekening naar rato van de loonsom correct is.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de besluiten van het Uwv ongegrond. Betrokkene is belanghebbende bij besluiten over WGA-uitkeringen van (oud-)werknemers van [Naam N.V.] die niet bij de [A] diensten werkzaam zijn geweest, maar dit volgt uit de wettelijke systematiek en sluit de toepassing niet uit.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt toegewezen en de toerekening van 0,07% van de WGA-uitkeringslasten aan betrokkene is terecht.