ECLI:NL:CRVB:2019:3920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekening WGA-uitkering bij gedeeltelijke overgang van onderneming in het onderwijs
Werkneemster was in dienst bij een lyceum dat deel uitmaakte van een onderwijsvereniging, welke eigenrisicodrager was voor de Wet WIA. Het lyceum is overgegaan naar een stichting, waarna het UWV de WGA-uitkering van werkneemster aan de oorspronkelijke vereniging toerekende. De vereniging maakte bezwaar en stelde dat de toerekening aan de stichting moest plaatsvinden vanwege de overgang.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van overgang van de onderneming en dat de toerekening aan de stichting diende te geschieden. Het UWV en de vereniging gingen in hoger beroep. De Raad stelde vast dat het sociale verzekeringsrecht een andere benadering vereist dan het arbeidsrecht en dat bij gedeeltelijke overgang van onderneming de toerekening van de WGA-uitkering aan de overdragende werkgever blijft.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van de stichting werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. Hiermee blijft de toerekening van de WGA-uitkering aan de oorspronkelijke vereniging in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, waardoor de WGA-uitkering terecht aan de oorspronkelijke vereniging is toegerekend.