ECLI:NL:RBDHA:2024:6028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning vastgesteld door gemeente Den Haag
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de door de gemeente Den Haag vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres te Den Haag, met een waardepeildatum van 1 januari 2021. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €229.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €203.000 vorderde.
Tijdens de zitting op 13 maart 2024 heeft de rechtbank de aangevoerde vergelijkingsobjecten en de gebruikte waarderingsmethodiek van de heffingsambtenaar beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de waardering niet te hoog is vastgesteld. De door belanghebbende aangedragen eigen vergelijkingsobjecten zijn minder relevant vanwege verschillen in perceelgrootte en bouwjaar.
Verder is geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet in strijd heeft gehandeld met de toezendplicht, aangezien geen grondstaffel, indexeringscijfers of matrix worden gebruikt. Ook is vastgesteld dat de heffingsambtenaar niet verplicht is om cijfermatige correcties van objectkenmerken inzichtelijk te maken. De rechtbank ziet geen schending van het motiveringsbeginsel of andere rechtsbeginselen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €229.000 wordt ongegrond verklaard.