Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] ( [land] ), eiseres
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Eiseres stelt verder dat zij een in de beroepsgroep vastgesteld protocol heeft gevolgd, namelijk het `Protocol behandeling COVID-19' (zelfzorgcovidprotocol). Dit protocol is ontwikkeld door een groep artsen op basis van internationale behandelprotocollen. Het zelfzorgprotocol moet ten minste dezelfde kwalificatie dragen als de door verweerder aangehaalde protocollen. Eiseres heeft erop gewezen dat het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te `s -Hertogenbosch in een soortgelijk geval heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 68 van Pro de Gnw. [2] Deze uitspraak moet worden gevolgd, omdat de medische tuchtrechter in dit geval de meer gespecialiseerde rechter is ten opzichte van de bestuursrechter. Dat er ten tijde van het voorschrijven van de geneesmiddelen door eiseres, een NHG-standaard bestond, maakt de situatie niet onvergelijkbaar. Deze standaard voldoet namelijk niet aan de door de tuchtrechter geformuleerde eisen. Door een nadere willekeurige uitleg te geven van tekstuele bepalingen, heeft verweerder in strijd met het lex certa-beginsel gehandeld. Ook is het rechtszekerheidsbeginsel geschonden. De gestelde normschending klopt niet en is onduidelijk. Eiseres wijst er verder op dat zij wordt belemmerd in haar prescriptievrijheid door de mogelijkheid dat boetes worden opgelegd. In het medisch tuchtrecht is het off-label voorschrijven van geneesmiddelen algemeen aanvaard. De maatstaf is de patiëntzorg die in de omstandigheden van het geval van een redelijk bekwaam arts mag worden verlangd. [3] Verweerder heeft ook niet onderzocht of de afwijking van de standaard in het belang van de betreffende individuele patiënten heeft plaatsgevonden. De patiënten zijn allemaal genezen, hebben geen bijwerkingen van de middelen vertoond en er is niemand overleden. Verweerder heeft niet onderbouwd waarom het off-label gebruik gesanctioneerd moest worden en waarom onmiddellijk is overgegaan tot het opleggen van een boete. Hij heeft ook niet de in het bestuursrecht voorgeschreven belangenafweging gemaakt. [4] Er is nooit eerder een bestuurlijke boete voor off-label voorschrijven opgelegd
.Het is algemeen bekend dat Ivermectine een wereldwijd toegepast gangbaar middel is. Voordat een boete kan worden opgelegd moet eerst per patiënt inhoudelijk vastgesteld worden of verwijtbaar is gehandeld. De boete is volgens eiseres in strijd met het legaliteitsbeginsel, omdat verweerder niet de bevoegdheid heeft om artsen bindende voorschriften op te leggen. [5] Bovendien is het primaat van de individuele zorg in beginsel voorbehouden aan de behandelend arts en moet de rechter dit marginaal toetsen. [6] Verweerder heeft misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid. Verder is het, gelet op de onschuldpresumptie van artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), aan verweerder om voldoende duidelijk en overtuigend bewijs van een overtreding te leveren.
.Ten tijde van het voorschrijven door eiseres was er inmiddels een NHG-standaard, waarin het voorschrijven van Ivermectine voor de behandeling of preventie van Covid-19 werd afgeraden. Deze standaard moet worden beschouwd als een binnen de beroepsgroep ontwikkelde standaard. Het NHG is een onafhankelijke wetenschappelijke vereniging van huisartsen en de NHG-standaard is een document dat als doel heeft om tot een uniforme manier van handelen te komen conform de norm van de beroepsgroep. Nagenoeg alle Nederlandse huisartsen (in opleiding) zijn lid van de vereniging. Verweerder heeft voldoende toegelicht dat de NHG-standaard zorgvuldig tot stand is gekomen. Dit wordt ook ondersteund door de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, waarin is bepaald dat de NHG het advies in haar standaard niet hoeft aan te passen. [9] Verweerder stelt dan ook terecht dat de NHG-standaard ten tijde van het voorschrijven door eiseres een standaard in de zin van artikel 68 Gnw Pro was die zij had moeten volgen. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij normaal gesproken de NHG-standaarden ook volgt. De stelling van eiseres dat er twijfel was over Ivermectine en dat de NHG-standaard niet stellig genoeg was volgt de rechtbank niet. Het voorschrijven van Ivermectine wordt expliciet afgeraden in de NHG-standaard. Dat er internationaal mogelijk andere inzichten waren over het voorschrijven van het medicijn maakt niet dat eiseres de NHG-standaard niet had hoeven volgen. Uit artikel 68 van Pro de Gnw volgt dat het moet gaan om Nederlandse standaarden of protocollen en niet om internationale standaarden of protocollen. Verweerder heeft daarom terecht gesteld dat het zogeheten ‘zelfzorgcovidprotocol’ niet kan worden gekwalificeerd als een protocol of standaard (in ontwikkeling) van de beroepsgroep als bedoeld in artikel 68 Gnw Pro. Dat een (klein) deel van de artsen dit zelfzorgcovidprotocol onderschrijft, maakt dit niet anders. Eiseres mocht Ivermectine dan ook niet voorschrijven, ook niet na overleg met een apotheker.