Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat het onderzoek aan zijn telefoon zonder toestemming onrechtmatig was en een ernstig gebrek in de maatregel opleverde.
De rechtbank overwoog dat het onderzoek aan de telefoon plaatsvond in het kader van de asielaanvraag en niet in het kader van de inbewaringstelling, waardoor dit onderzoek de rechtmatigheid van de bewaring niet raakt. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin de maatregel tot 2 februari 2024 rechtmatig was bevonden en beperkte de beoordeling tot de periode daarna.
Verder concludeerde de rechtbank dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Er was zicht op uitzetting, met meerdere vertrekgesprekken en een geboekte vlucht gepland op 23 april 2024. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.