ECLI:NL:RVS:2024:1387
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken wettelijke grondslag voor zonder toestemming onderzoeken mobiele telefoon van vreemdeling
De staatssecretaris stelde de vreemdeling in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Kort na de inbewaringstelling werd zonder toestemming van de vreemdeling haar mobiele telefoon ontgrendeld met gezichtsherkenning en handmatig doorzocht door een ambtenaar van de AVIM. Er werden geen identiteitsdocumenten gevonden. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde of artikel 59, achtste lid, van de Vw 2000 als wettelijke grondslag volstaat voor het zonder toestemming onderzoeken van mobiele telefoons.
De Afdeling concludeerde dat het ontgrendelen en doorzoeken van de telefoon persoonsgegevensverwerking betreft waarop de AVG van toepassing is. Artikel 59, achtste lid, van de Vw 2000 voldoet niet aan de vereisten van duidelijkheid, nauwkeurigheid en voorspelbaarheid die de AVG en jurisprudentie van het Hof van Justitie en het EHRM stellen aan een wettelijke grondslag voor zulke ingrijpende gegevensverwerking. Er ontbreekt een nadere regeling die criteria stelt voor het onderzoek, waardoor willekeurig optreden niet wordt voorkomen.
De Afdeling oordeelde dat het zonder toestemming onderzoeken van de telefoon een ernstige inbreuk op het recht op privéleven en bescherming van persoonsgegevens vormt en daarmee een ernstig gebrek in de toepassing van de maatregel van bewaring oplevert. Dit leidt tot de conclusie dat de bewaring onrechtmatig was vanaf de eerste dag. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard en aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend. De Afdeling roept de wetgever op de wettelijke grondslag nader uit te werken.
Uitkomst: Bewaring onrechtmatig wegens ontbreken toereikende wettelijke grondslag voor zonder toestemming onderzoeken mobiele telefoon; schadevergoeding toegekend.