ECLI:NL:RBDHA:2024:627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser heeft op 8 mei 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden een besluit genomen. Eiser heeft de staatssecretaris op 26 augustus 2023 in gebreke gesteld en vervolgens op 23 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat eiser rechtsgeldig ingebreken is gesteld. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 7.500,-, en bepaalt dat de staatssecretaris binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom op aan de staatssecretaris.