ECLI:NL:RBDHA:2024:6315
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier bij partner wegens ontbreken mvv
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar echtgenoot, omdat zij niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen en het bezwaar gehandhaafd, stellende dat eiseres niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste en dat haar uitzetting niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro over gezins- en familieleven.
De rechtbank heeft op zitting de standpunten van partijen gehoord en beoordeelt dat de staatssecretaris terecht het belang van de Nederlandse staat bij handhaving van het mvv-vereiste zwaarder heeft gewogen dan het belang van eiseres. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat bijzondere persoonlijke omstandigheden, zoals haar zorg voor haar ouders, de gezondheid van haar echtgenoot of haar angst voor haar ex-man, een vrijstelling rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gezinsleven niet in Suriname kan worden voortgezet of dat zij geen bescherming kan krijgen bij terugkeer. Ook is het niet onredelijk hard dat zij het mvv-proces in Suriname moet afwachten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een vrijstelling van het mvv-vereiste.