Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd meegedeeld dat de tijdelijke bescherming voor Oekraïense derdelanders per 4 maart 2024 eindigt.
De rechtbank heeft buiten zitting geoordeeld dat deze brief geen besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de brief slechts informatie verstrekt over de gevolgen van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De brief beoogt geen nieuw juridisch gevolg.
Omdat alleen tegen besluiten beroep kan worden ingesteld (artikel 8:1 Awb Pro), is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier J. de Winter en is gepubliceerd op 25 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de informatiebrief over het einde van de tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard.