ECLI:NL:RBDHA:2024:6573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke dwangsom wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser heeft op 2 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden een besluit genomen, ondanks een geldige ingebrekestelling van eiser op 3 januari 2024. Eiser heeft vervolgens op 1 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn wettelijk is verstreken en dat het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. Het verzoek tot opleggen van een bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. De uitspraak is gedaan door rechter A.W.C.M. van Emmerik en openbaar gemaakt op 1 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een rechterlijke dwangsom op aan de staatssecretaris wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.