Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024, waarin de tijdelijke bescherming van eiser eindigt. De rechtbank beoordeelt het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank constateert dat het beroepschrift pas op 7 april 2024 is ingediend, ruim na de wettelijke termijn van vier weken zoals bepaald in artikel 69 Vw Pro. Er is geen verschoonbare reden voor deze termijnoverschrijding, ondanks het beroep van eiser op onduidelijkheid en bijzondere omstandigheden.
De stelling dat communicatie van verweerder onduidelijk was, wordt verworpen omdat het bestreden besluit duidelijk was. Ook persoonlijke omstandigheden zoals ziekte of psychisch onvermogen zijn niet aangevoerd. De brief van 4 april 2024 aan gemeentes betreft geen handeling gericht aan eiser en kan niet als bezwaargrond dienen.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier J. de Winter op 26 april 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening zonder verschoonbare reden.