ECLI:NL:RBDHA:2024:6683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 19 januari 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De voortzetting van deze maatregel werd door eiser aangevochten met het argument dat er geen zicht is op uitzetting, omdat de lp-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten niet tot resultaat zou leiden vanwege vermeende Algerijnse nationaliteit.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt, met meerdere vertrekgesprekken en rappelleringen op de lp-aanvraag. Tevens is er volgens de rechtbank zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank benadrukt dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn terugkeer en dat het aan hem is om zijn nationaliteit te bewijzen.
Verder weegt de rechtbank mee dat de bewaring niet onevenredig bezwarend is en dat een lichter middel niet gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.