ECLI:NL:RBDHA:2024:6727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser, van Tunesische nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die Nederland niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij aan Duitsland moest worden overgedragen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing was vanwege risico's op detentie en onvoldoende medische zorg in Duitsland.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen een voorbereidingshandeling is zonder rechtsgevolg en dat de staatssecretaris voldoende op de zienswijze van eiser is ingegaan in het bestreden besluit. Het beroep op het ontbreken van een rechtsmiddel faalt omdat in beide procedures de mogelijkheid tot reactie bestaat.
Met betrekking tot het interstatelijk vertrouwensbeginsel stelt de rechtbank dat Nederland mag uitgaan van de naleving van verdragsverplichtingen door Duitsland, tenzij sprake is van structurele en zwaarwegende tekortkomingen. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Ook de medische zorg in Duitsland voldoet in algemene zin, ondanks praktische beperkingen.
De rechtbank vindt dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de asielaanvraag niet op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.