Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam] , eiser,
[naam 5], minderjarig kind,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen van Turkse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft op 12 februari 2024 de zaak behandeld en oordeelt dat het voornemen van de staatssecretaris een voorbereidingshandeling is zonder rechtsgevolg, en dat de staatssecretaris de bezwaren van eisers voldoende heeft betrokken in het bestreden besluit. De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië van toepassing is.
Hoewel pushbacks in Kroatië plaatsvinden, is niet aannemelijk dat Dublinterugkeerders zoals eisers een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De recente rapporten van HRW en ECRE leiden niet tot een ander oordeel. De rechtbank ziet geen aanleiding de prejudiciële vragen over de (on)deelbaarheid van het vertrouwensbeginsel af te wachten.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de asielaanvragen blijven buiten behandeling en eisers kunnen worden overgedragen aan Kroatië. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en eisers mogen worden overgedragen aan Kroatië.