ECLI:NL:RBDHA:2024:6822
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 4 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris moest volgens de Vreemdelingenwet binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een grote toestroom van aanvragen. De beslistermijn voor eiser liep derhalve af op 4 januari 2024.
Eiser stelde de staatssecretaris op 11 januari 2024 in gebreke wegens het uitblijven van een besluit en diende op 5 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat het beroep gegrond is.
Op grond van de jurisprudentie legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €7.500,- en bepaalt dat de staatssecretaris binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser tot €437,50.
Het verzoek tot opleggen van een bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier L.J. van der Veen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een rechterlijke dwangsom op om binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen.