ECLI:NL:RBDHA:2024:7040
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 maart 2024 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft op 3 mei 2024 de zaak behandeld en beoordeeld of Nederland de verantwoordelijkheid op zich moet nemen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat Nederland mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat België zijn verdragsverplichtingen nakomt. De rechtbank verwijst naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigen dat België opvang en medische en juridische bijstand biedt, ook aan niet-kwetsbare asielzoekers.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in België in een situatie van verregaande materiële deprivatie zou verkeren of dat België de Europese asielrichtlijnen en verdragsrechtelijke verplichtingen niet zou naleven. Ook de overgelegde medische informatie leidt niet tot een ander oordeel, aangezien noodzakelijke medische behandeling ook in België kan plaatsvinden en uitwisseling van medische gegevens mogelijk is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskosten. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van behandeling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.