ECLI:NL:RVS:2024:1052
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam het besluit om de asielaanvraag van een Pakistaanse vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat ondanks het verstrijken van de overdrachtstermijn aan België, de staatssecretaris nog steeds belang heeft bij de beoordeling van de rechtsvragen over de Dublinprocedure vanwege de precedentwerking.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel bij toepassing van de Dublinverordening, zoals ook recentelijk bevestigd in een andere uitspraak. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.