ECLI:NL:RBDHA:2024:7104
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 april 2024 buiten behandeling is gesteld. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 1 mei 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren wegens bericht van verhindering. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.14796). Hierdoor is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 2 mei 2024 in het openbaar uitgesproken en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.