Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2024 in de zaken tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Loon [eiser] bij lunchroom
Rechtbank Den Haag
Eiser, werkzaam als financial controller en eigenaar van een lunchroom sinds 2019, heeft in zijn aangiften inkomstenbelasting over 2017, 2018 en 2019 bedragen die verband houden met de lunchroomactiviteiten niet verantwoord. Verweerder legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op, waarbij de rechtbank vaststelt dat deze terecht zijn opgelegd omdat eiser bewust inkomsten via privébankrekeningen heeft laten lopen en niet heeft aangegeven.
De rechtbank concludeert dat verweerder overtuigend heeft aangetoond dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet, mede gelet op de afspraken tussen eiser en zijn vader en het ontbreken van administratie van deze inkomsten. Het onderzoek van verweerder is rechtmatig verlopen.
Hoewel de boetes passend zijn geacht vanwege de ernst van het delict, matigt de rechtbank de boetes met 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier maanden. De belastingrente blijft ongewijzigd. Het beroep wordt gegrond verklaard en de boetes worden verminderd tot respectievelijk €6.334, €5.219 en €9.260 voor de jaren 2017, 2018 en 2019.
Uitkomst: De rechtbank matigt de vergrijpboetes wegens overschrijding van de redelijke termijn maar bevestigt dat de navorderingsaanslagen en boetes terecht zijn opgelegd.