ECLI:NL:RBDHA:2024:7163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf grootmoeder wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, de grootmoeder van vijf kleinkinderen, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van artikel 8 EVRM Pro om bij haar familie in Nederland te kunnen verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af vanwege het economisch belang van Nederland en het ontbreken van een voldoende sterke binding met Nederland. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een hecht familieleven tussen eiseres en haar kleinkinderen, maar dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van de scheiding voor het fysieke en mentale welzijn van de kinderen.
De rechtbank benadrukte dat volgens vaste rechtspraak van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak een 'fair balance' moet worden gevonden tussen het belang van het familieleven en het algemeen belang van Nederland. Daarbij dient de staatssecretaris ook de belangen van de kinderen zorgvuldig te onderzoeken, bijvoorbeeld door deskundigen in te schakelen. Dit onderzoek ontbrak in deze zaak, waardoor de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de belangen van de kleinkinderen.