ECLI:NL:RBDHA:2024:7189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nareisaanvraag wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar nareisaanvraag, die ruim vijf jaar na de wettelijke driemaandentermijn werd ingediend. De aanvraag werd gedaan door haar zoon, de referent, die sinds 2015 een verblijfsvergunning asiel bezit. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens overschrijding van de termijn en stelde dat deze overschrijding niet verschoonbaar was.
Eiseres voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan fouten van Nidos, die verantwoordelijk was voor het veiligstellen van de nareistermijn, en overhandigde een verschoonbaarheidsverklaring van Nidos. De rechtbank stelde vast dat hoewel in eerste instantie fouten van Nidos een rol speelden, na september 2016, toen duidelijk werd dat er geen nareisaanvraag liep, referent en eiseres nog ruim vier jaar wachtten met het indienen van de aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De stelling dat werd gewacht op een brief van Nidos werd verworpen, omdat ook na ontvangst van deze brief nog ruim vier maanden verstreken voordat de aanvraag werd ingediend. Het beroep werd ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de nareisaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.