Eiser heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een (deel)besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over een Wob-verzoek uit 2020 betreffende documenten over de wettelijke aansprakelijkheid tussen overheid en leveranciers van Covid-19-vaccins.
De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder heeft toegelicht dat de complexiteit van de zaak, de omvang van de documenten en de vele Covid-19-gerelateerde verzoeken zorgden voor vertraging. Er zijn duizenden documenten die nog beoordeeld moeten worden, gevolgd door zienswijzeprocedures.
De rechtbank weegt het belang van snelheid tegen zorgvuldigheid en stelt een redelijke termijn vast tot uiterlijk 30 juni 2024 voor het nemen van een besluit op het bezwaar. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding met een maximum van € 15.000 opgelegd. Verweerder moet het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.