ECLI:NL:RBDHA:2024:7234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen facilitair visum
Verzoeker is op 26 september 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de weigering van een facilitair visum. Nadat verweerder op 11 oktober 2023 aangaf geen bezwaar meer te maken tegen de afgifte van het visum, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en proceskostenvergoeding gevorderd.
Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank concludeert hieruit dat verweerder geen bezwaar heeft tegen vergoeding. Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing heeft genomen, is verweerder gehouden de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van €184,- aan verzoeker vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier N. Khalloufi en is op 16 januari 2024 openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 proceskosten en € 184 griffierecht aan verzoeker.