ECLI:NL:RBDHA:2024:7272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na beroep tegen niet tijdig beslissen visumweigering
Verzoeker is op 1 september 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de weigering van een visum voor kort verblijf. Verweerder heeft op 7 november 2023 het bezwaar ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €437,50, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €184,- vergoeden.
De rechtbank wijst het verzoek toe zonder zitting, omdat dat niet nodig is. De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op 18 januari 2024. Verzoeker kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoeker.