ECLI:NL:RBDHA:2024:7272

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 januari 2024
Publicatiedatum
14 mei 2024
Zaaknummer
NL23.27434
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na beroep tegen niet tijdig beslissen visumweigering

Verzoeker is op 1 september 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de weigering van een visum voor kort verblijf. Verweerder heeft op 7 november 2023 het bezwaar ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €437,50, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €184,- vergoeden.

De rechtbank wijst het verzoek toe zonder zitting, omdat dat niet nodig is. De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op 18 januari 2024. Verzoeker kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.27434
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [v nummer] (gemachtigde: mr. S. Petkovic),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2
3. Verzoeker is op 1 september 2023 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaarschrift tegen de weigering van een visum voor kort verblijf. Op 7 november 2023 heeft verweerder aan verzoeker laten weten zijn bezwaar ongegrond te verklaren. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 437,50. Omdat het beroep gegrond is, krijgt verzoeker ook een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld die voor hem een beroepschrift heeft ingediend.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Voor de vaststelling van de wegingsfactor sluit deze zittingsplaats (weer) aan bij hetgeen andere zittingsplaatsen van de rechtbank Den Haag doen. Zij hanteert een wegingsfactor van 0,5, zoals vermeld in onderdeel C1 bij het Bpb. Voor zover het een beroep tegen het niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken betreft, verwijst deze zittingsplaats niet langer naar de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 september 20233. Toegekend wordt
€ 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
6. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184,- aan hem te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van N. Khalloufi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 januari 2024

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.