ECLI:NL:RBDHA:2024:7663
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 25 april 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De staatssecretaris baseerde het besluit op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het feit dat Duitsland het verzoek tot terugname van de asielaanvraag heeft aanvaard. Eiser stelde dat Duitsland niet betrouwbaar is vanwege incidenten in asielzoekerscentra, een nieuwe uitzetwet en onvoldoende rechtsbijstand, en dat hij als Ahmadi uit Pakistan een reëel risico loopt.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is weerlegd. De aangevoerde incidenten zijn verouderd en er zijn geen aanwijzingen voor systeemfouten in Duitsland die leiden tot schending van fundamentele rechten. Ook het verschil in beschermingsbeleid en de vrees voor indirect refoulement zijn onvoldoende onderbouwd.
Verder is de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen niet onjuist toegepast. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat overdracht aan Duitsland een onevenredige hardheid oplevert. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.