Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 29 april 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting. Hij betwistte de gronden van bewaring niet, maar voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast vanwege zijn eerdere zelfmoordpoging en de zwaarte van de bewaring.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen lichter middel toepaste, omdat eiser zich herhaaldelijk aan toezicht had onttrokken en niet wilde meewerken aan terugkeer. Ook was voldoende medische zorg en begeleiding aanwezig in het detentiecentrum, waardoor de bewaring niet onevenredig bezwarend was.
Eiser stelde voorts dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was bij de uitzetting, omdat het eerste vertrekgesprek pas negen dagen na de bewaring plaatsvond. De rechtbank volgde dit niet, omdat de staatssecretaris al vóór de bewaring een laissez passer had aangevraagd en herhaaldelijk had gerappelleerd, waardoor het handelen als voortvarend werd beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.